Cucumeris-System – vraatzuchtige roofmijten die zich richten op trips
Hoe werkt ABS-System tegen trips?
- Preventieve tripsbestrijding – Amblyseius cucumeris bestrijdt voornamelijk tripslarven in het eerste larvale stadium, waardoor de plaag wordt aangepakt voordat deze zich kan uitbreiden.
- Veelzijdige roofmijt – voedt zich naast tripslarven ook met spint en andere plaagmijten.
- Blijft actief zonder prooi – dankzij stuifmeel als alternatieve voedselbron kan de roofmijt overleven wanneer er tijdelijk weinig prooi aanwezig is.
- Continue populatieopbouw – elk kweekzakje bevat ongeveer 1.000 roofmijten en geeft gedurende ongeveer 6 weken continu nieuwe roofmijten af.
- Ideaal binnen IPM – combineert uitstekend met Orius-System en andere natuurlijke vijanden voor de bestrijding van oudere tripsstadia.
Wanneer ABS-System uitzetten?
- Start vanaf de bloei – introduceer ABS-System zodra het gewas begint te bloeien.
- Voorkom tripsproblemen – preventieve introducties vroeg in de teelt geven de beste resultaten, nog vóór trips zich vestigt.
- Geschikt voor het hele gewas – hang de kweekzakjes gelijkmatig verdeeld door het volledige gewas voor een optimale bescherming.
- Combineer bij hogere plaagdruk – vul de bestrijding aan met Orius-System en andere natuurlijke vijanden wanneer ook oudere tripsstadia aanwezig zijn
Hoe ABS-System uitzetten?
- Hang de zakjes in het bladerdak – plaats de kweekzakjes gelijkmatig verdeeld door het gewas en bescherm ze tegen direct zonlicht.
- Beschadig de zakjes niet – houd de zakjes vast aan het kartonnen haakje en knijp, perforeer of scheur ze niet open. De roofmijten verlaten het zakje via de bestaande opening.
- Vervang tijdig – vervang de kweekzakjes elke 4 tot 6 weken om een continue afgifte van roofmijten te garanderen.
- Controleer de plaatsing – zorg ervoor dat de zakjes vrij hangen in het gewas, zodat de roofmijten zich gemakkelijk over de planten kunnen verspreiden
Onder welke omstandigheden ABS-System gebruiken?
- Het hele jaar inzetbaar – Amblyseius cucumeris gaat niet in diapauze en kan daarom het hele jaar worden toegepast.
- Luchtvochtigheid boven 65% – een voldoende hoge relatieve luchtvochtigheid is noodzakelijk voor een goede ontwikkeling van de eitjes en om uitdroging van de kweekzakjes te voorkomen.
- Minimaal enkele uren boven 20°C – de roofmijten hebben dagelijks enkele uren boven 20°C nodig om actief te worden en zich te voeden.
- Snellere vestiging in pollendragende gewassen – de populatie ontwikkelt zich sneller wanneer stuifmeel en voldoende prooi beschikbaar zijn.